Hoe en waarom van bloeddruk opmeten

Bloeddruk opmeten | De boven- en onderdruk.

Bloeddruk opmeten | De boven- en onderdruk.

Wanneer een arts de bloeddruk opneemt dan meet hij altijd de boven- en de onderdruk. Door het opblazen van een manchet worden de slagaders van de arm helemaal afgekneld en dan begint de meting. De arts zal de stethoscoop in de elleboog plaatsen en dan luistert hij naar de bloedvaten terwijl hij de manchet langzaam laat leeglopen.

De eerste tonen die hij hoort, klinken op het moment dat de druk in de manchet even groot is als de druk waarmee het hart het bloed door de vaten pompt. Dat is de bovendruk. Daarna laat hij de manchet nog verder leeglopen totdat er geen geluid meer is te horen. Dat is de druk in het bloedvat op het moment dat het hart zich ontspant tussen twee slagen door.

Komt de bovendruk na herhaalde metingen boven de 130 uit bij een onderdruk die hoger is dan 85, dan zal de arts maatregelen treffen.

Bron: Quest